Guido Van Praag

 

 

AU BAIN MARIE

De avonturen van Marie

 

Een kleine introductie

 

 

 

 

 

 

Marie Van Praag

Scriptie Meester beeldende kunst

2006-2007

Vrije Grafiek

Hogeschool Gent

Koninklijke Academie voor Schone Kunsten

 

Promotor: Emiel Hoorne

Copromotor: Francky Caen

 

M.(E)ARIE

 

Mijn ouders hebben mij de naam Marie gegeven. Ik ben de eerstgeborene van een tweeling en heb nog een zus van een jaar jonger.

Mijn ouders vonden Marie een mooie naam die ook nog eens goed paste bij mijn achternaam.

De naam Marie heeft een speciale betekenis in de familie van mijn mama, die deze voornaam al generaties doorgeeft aan de eerstgeborene. In elke generatie is er wel zeker één Marie. Mijn grootmoeder heeft, na de dood van haar eerste zoon, aan de maagd Maria beloofd dat ze al haar kinderen naar Maria zou noemen in de hoop dat ze gezond worden geboren. Mijn nonkel heet Raoul-Marie, mijn tantes Anne-Marie en Marie-Louise en mijn mama Marie-Christine. Door een foutje in de administratie is het koppelstreepje bij mijn mama‘s naam weggevallen en heet ze officieel Marie. Bij mij thuis zijn we dus met twee Marie’s.

 

Mijn groottante heette Maria, ook wel Maria van de Zalm genoemd, naar het hotel-restaurant van onze familie. Deze vrouw was bij iedereen bekend in het dorp.

Ik heb haar zelf maar een korte tijd gekend, maar ze heeft me niet met lege handen achtergelaten. De vele verhalen en herinneringen aan haar worden doorgegeven en verder verteld. Het hotel-restaurant bestaat nog steeds. Haar kleinzoon houdt het in stand en heeft er zelfs een nieuw gedeelte aan toegevoegd: het restaurant ‘Au bain Marie’.

Tante Maria, zoals wij haar noemden, was een sterke, hardwerkende vrouw die goed wist wat ze wilde. Ze was de vrouw van het huis.  

 

Ik voel me sterk verwant met de naam Marie. Het is hetgeen wat me onderscheidt van anderen. Of dat denk ik dan toch.

Mijn tweelingzus Lore en ik komen uit twee eitjes maar lijken wel op elkaar. Er zijn duidelijke verschillen maar voor sommige mensen is het nog steeds niet duidelijk wie Lore en wie Marie is. Samen met mijn zus ben ik één. Toch zijn we beide aparte personages en individuen. We hebben elk een eigen naam, maar als iemand mij Lore noemt, heb ik ondertussen de gewoonte gekregen om ook te reageren. De meeste mensen weten niet wie wie is en dat kan hen misschien ook maar weinig schelen. Als één van de twee het heeft gehoord is het ook al goed, zeggen ze er dan maar snel even bij.

Sommigen zien wel een verschil, maar weten niet welke naam bij welk meisje past. Enkelingen zijn slim genoeg om even te wachten tot we de naam van de ander laten vallen, maar anderen houden vol en vragen elke keer: ‘Is het nu Lore of Marie?’. Anderen gokken gewoon en wachten de reactie af, ze hebben één kans op twee, hé. Als ze dan al eens juist gegokt hebben, zijn ze zo blij dat ze erbij moeten vertellen dat ze goed geraden hebben.

 

We worden soms gezien als één en op den duur gaan we ons er ook naar gedragen. We kunnen er niet onderuit, door de fysieke gelijkenis reageren mensen op dezelfde manier op ons. In het algemeen hebben we er geen problemen mee, maar soms zouden we toch graag geapprecieerd worden om wie wij zijn en niet om wie de tweeling ‘Lore en Marie’ is.

De zoektocht naar het vinden van onze eigen persoonlijkheid vermengt zich met elkaar. Het is niet altijd duidelijk wat de bepaalde eigenschappen zijn van één van ons. Door de reacties van andere mensen hebben we vaak het gevoel voor een deel hetzelfde te zijn. Haar gezicht is het mijne. We identificeren ons met elkaar. Wie ben ik? Wie is zij?

We zoeken en vechten beide erg hard om onszelf te zijn, maar hoe je het ook draait of keert, we zijn met elkaar verbonden.

En zijn we niet samen, dan is er altijd het verlangen naar de tweezaamheid.  

 

Wie is Marie?

De schrijver Jorge Luis Borges heeft in zijn boek ’De Maker’ een tekst geschreven met als titel ‘Borges en ik’.

Deze titel intrigeert me, hij spreekt tot mijn verbeelding.

Borges spreekt over zichzelf in de derde persoon enkelvoud, alsof het een ander betreft.

Het gevoel dat hij steeds van zichzelf vervreemdt en van de teksten die hij schrijft, is een constante in zijn boek. Op een bepaald moment in het leven van Borges hebben zijn teksten een bepaalde bekendheid gekregen en beginnen ze een eigen leven te leiden. De teksten die hij heeft geschreven zijn soms erg persoonlijk en plots kennen anderen, onbekenden die ook. Hij geeft ze wel aan die anderen en wil wel dat ze deze lezen, maar voelt zich er vervreemd van.

 

De zoektocht naar de identiteit van Borges staat hier centraal. De werkelijkheid, het ik, de droomwereld en verlangens zijn allemaal met elkaar verbonden en moeilijk van elkaar te scheiden.   

In het boek ‘De Maker’ komen er steeds elementen terug waaronder ‘de spiegel’, waar Borges bang voor is.

Een spiegel laat dat ene gezicht zien dat je anders nooit ziet. Iedereen is vertrouwd met je gezicht behalve jijzelf. Je ziet soms eens een spiegelbeeld van iemand die je niet kent, iemand met wie je niet vertrouwd bent. En dat ben jij dan. Of dat is de persoon met wie iedereen je vereenzelvigt.

Het lijkt een ander.

Het is moeilijk te weten wie je bent omdat je ook steeds verandert. Je kan jezelf niet zo gemakkelijk vergelijken met iemand anders omdat je niet vaak met jezelf geconfronteerd wordt. Op film jezelf zien, kan heel erg confronterend zijn. Je wordt dan gereduceerd tot hoe anderen je zien en hoe jij naar anderen kijkt.  

 

In mijn beeldend werk vertel ik de verhalen en avonturen van Marie.

Ik hoop dat ik door stukjes van mezelf en mijn worstelingen met het leven te laten zien, anderen kan laten reflecteren over zichzelf, hun dromen en hun twijfels.

Alles wat ik toon, of niet toon, is erg persoonlijk en ik beleef het zeer intens. Het gevoel van samen te vallen met de dingen die ik maak, is me niet vreemd. Het gevoel dat ik niet meer samen val, ken ik ook. Wat ik vertel is een momentopname uit mezelf. Het is een voortdurend gevecht en zoektocht naar wat en wie ik ben.

Een ander boek dat me inspireerde, ‘Boek der rusteloosheid’ is geschreven door een heteroniem van Fernando Pessoa: Bernardo Soares.

Fernando Pessoa had verschillende literaire alter ego’s die hij heteroniemen noemde.

Een heteroniem is een eigen naam voor een ander ik.

Rond elk heteroniem had Pessoa een soort personage gecreëerd. De personages, die allemaal wel een soort afsplitsing waren van Pessoa zelf, hadden elk een eigen manier van schrijven en zich uit te drukken. Ze belichten de verschillende kanten van Pessoa.

Het boek is opgebouwd uit fragmenten. Hierin schrijft Soares bekentenissen, gedachtegangen en commentaar op het leven. De lezer wordt meegesleept in de zoektocht van het hoofdpersonage. Hij zoekt naar zijn persoon, de zin van zijn leven, de relatie van zichzelf ten opzichte van de buitenwereld. Het personage schrijft deze fragmenten (gericht op een lezer) uit noodzaak, het wordt de zin van zijn bestaan. Toch denk je dat hij het vooral schrijft voor zichzelf en op deze manier vat probeert te krijgen op de wereld.

De wereld wordt bestudeerd op een manier dat het leven zich zelf aan ons voordoet. Je kan de wereld niet vatten op één dag en plek, maar door de verschillende fragmenten zie je de veelzijdigheid van het bestaan zoals het zich voordoet. Je ziet ook dat een persoon veelzijdig is, de ene dag zo, de andere dag anders. Soares zoekt in zijn boek vooral zijn eigen identiteit.

 

Mijn ziel is een verborgen orkest; ik weet niet welke instrumenten het in mij laten tingelen en dreunen, violen en harpen, pauken en trommels. Ik ken mij slechts als symfonie.

 

Bernardo Soares, Boek der rusteloosheid

 

Ik voel me erg verbonden met Fernando Pessoa in wat ik maak. Door verschillende personages in het leven te roepen kan hij verschillende facetten van zichzelf aan bod laten komen. In verschillende gedaantes onderzoekt hij de wereld waarin hij leeft en elk personage komt tot verschillende ontdekkingen.

In de avonturen van Marie vermom ik mezelf niet als een personage. Ik hou liever de illusie om samen te vallen met de Marie van ‘de avonturen van Marie’.

De tekeningen die ik maak zijn een erg belangrijke manier om te communiceren met de buitenwereld. Ik vind het wel confronterend als mensen me erop aanspreken. Het voelt alsof het een deel is van mezelf.

Het zijn de restanten van het aftasten van mezelf, Marie en ik.

Ik probeer mijn grenzen af te tasten. Door te zoeken wat ik nu wel en niet wil en het overschrijden van deze grenzen, kom ik te weten wat ik wil, zoals ze soms mensen helemaal inpakken met doeken zodat ze hun lichaam zouden voelen en daardoor hun grenzen van hun lichaam en persoonlijkheid beter leren kennen.

Wie is die Ik en wie is die Marie? De Marie die ik laat zien is een deel van mij, een imaginair beeld van hoe ik mezelf zie en hoe ik de wereld voorstel in mijn gedachten. Marie wordt een personage dat ik zelf naar voren breng. Zelf heb ik niet het gevoel dat het een personage is, maar uiteindelijk wordt het zo. Ik bepaal welk deel ik naar buiten breng, ik kies welk verhaal ik laat zien, Ik, Ik, Ik, Ik!! Maar nooit zie je ik. Nooit zie je alles, dat kan ook niet. Het Ik verandert voortdurend, Marie ook.

 

In mijn tekeningen heb ik een tegenstrijdige verhouding met het figuratieve. Ik wil zo graag verhalen vertellen, maar tegelijkertijd ben ik bang dat mensen deze verhalen lezen. Ik wil ze een beetje verstoppen, maar tegelijkertijd laten zien.

Ik vertrek vaak uit een idee, een verhaal of een gevoel en wil dit dan vormgeven. Het figuratieve overheerst en de tekening wordt concreet. Maar het is nooit hetzelfde als het idee, verhaal of gevoel waaruit ik ben vertrokken of het wordt plots juist zeer duidelijk wat ik nu eigenlijk wil zeggen. Ik voel me er zeer ongemakkelijk door. Ik vind het moeilijk om er bij stil te staan dat anderen mijn geheimen zouden kennen en me er ook op kunnen aanspreken. Door iets abstracter te maken, te censureren, verandert dit. Ik creëer een veilige zone voor mezelf. Door iets te verbergen zeg ik veel.

 

Een moment uit het leven

 

De Polaroids van Andrey A. Tarkovsky hebben een zeer grote indruk op me achtergelaten. Tarkovsky is een filmmaker, maar altijd had hij een polaroidcamera bij zich. Hij regisseerde de foto’s niet maar ‘stopte de tijd’. Tijd die vervliegt is een zeer belangrijk element in het werk van Tarkovsky. In zijn films kon hij de tijd bepalen en vervormen. Op de Polaroids kon hij voornamelijk de tijd bewaren als herinnering aan een plek waar hij niet meer zal terugkomen.

In zijn beelden is de acceptatie van de geschiedenis en de familie waarin iemand geboren is, verweven met de kennis over de culturele traditie waarin deze opgegroeid is en de liefde voor het verlangen naar vrijheid.

De foto is een spiegel van herinneringen. Het geeft een beeld van iets wat er geweest is, maar nu niet meer is. Voor Tarkovsky is een herinnering een keuze van liefde en genade. Het is een verzameling van geloof en hoop dat het hart bevrijdt van de pijn en de gebeurtenissen die nu afgesloten zijn, tegenover de openheid van een nieuwe en verschillende manier van leven dat nog vertegenwoordigd is in het heden. De foto’s zijn restanten van het verleden, van herinneringen, van hoe hij het zich wou herinneren.

 

“Antonioni, too, made great use of a Polaroid at the time, and I remember that during a reconnaissance in Uzbekistan for a film that in the end we never made, he wanted to give three elderly Muslims a photograph he had taken of them. The eldest, after casting a brief glance at the image, gave it back to him, saying: ‘Why stop time?’ We were left gasping in wonder, speechless at this extraordinary refusal.

Tarkovsky often reflected on the way that time flies and this is precisely what he wanted: to stop it, even with these quick Polaroid shots.”

 

Tonino Guerra ( about Tarkovsky’s Polaroids ), Instant Light

De Polaroid’s van Tarkovsky zijn zeer pakkend en hebben iets poëtisch. Ze illustreren een gevoel, een moment, een sfeer, een herinnering. Een Polaroid foto is iets unieks, er is maar één enkel exemplaar van. Je kan het niet reproduceren. Tarkovsky nam zijn boek met Polaroid foto’s met hem mee als het enige wat hem nog restte van zijn oude vrienden, land van herkomst en familie. Hij heeft deze foto’s vooral voor zichzelf gemaakt en geselecteerd wat hij echt belangrijk vond om te onthouden.

 

In ‘de avonturen van Marie’ probeer ik om iets in een beeld vast te leggen dat je niet kan vastleggen. Het bijhouden van herinneringen is iets vreemds. Het is de tijd proberen vast houden in een beeld dat hoe dan ook vervormd is. Een zin uit een videofragment van Kerry Tribe is me bij gebleven, waarin hij vraagt: ‘Do you think a memory happens in the future or in the past?’. 

In de avonturen van Marie zie ik duidelijk mijn eigen evolutie, de dingen die ik mee maak, waar ik stil bij wil staan en mezelf mee vereenzelvig. Ik hou momenten vast in mijn eigen leven of imaginaire leefwereld. Achteraf wordt ik hier wel eens mee geconfronteerd. Ik hoop steeds dat ik in de goede richting evolueer en als ik dan een moment zie uit het verleden denk ik soms, oei, oei Marie. Het is een stimulans om nieuwe en andere dingen te ontdekken, maar ik wil mijn oude herinneringen dan niet meer tegen komen. Het is een beetje dubbelzinnig om ze steeds vast te leggen voor later als ik ze later niet meer wil zien. Toch blijf ik automatisch nieuwe verhalen en avonturen registreren, ik kan niet anders.    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De wereld en M.(E)

 

Met woorden iets vertellen is steeds moeilijk voor mij geweest. Ik heb dyslexie en gelukkig werd dit snel ontdekt. Hierdoor heb ik er zonder al te veel problemen mee leren leven. Mijn tweelingzus had dit niet, maar zo zag ik wel duidelijk de verschillen. Talen leren is niet zo gemakkelijk en evident voor mij. Steeds als ik een nieuwe taal aanleerde, raakte ik in de war met de talen die ik al beheerste. Ik zal dus wel twee keer nadenken voordat ik een nieuwe taal leer. Maar om op avontuur te gaan, mensen uit andere culturen te leren kennen en de wereld te verkennen is het wel nodig om talen te spreken. De mogelijkheid om echt te kunnen communiceren met mensen die een andere taal spreken is belangrijk. Reizen, de wereld en andere culturen leren kennen, zorgt ervoor dat ik afstand kan nemen van mijn situatie in België. Zo kan ik alles in een breder perspectief plaatsen en in een andere context. Ik wil niet alleen reizen om mijn eigen idealen versterkt te zien in de wereld, maar ook om nieuwe en andere levensopvattingen te leren kennen en om te communiceren met andere mensen. Lichaamstaal kan je niet verbergen en is een niet te onderschatten mogelijkheid voor een eerste communicatie. Maar wat als ik iets anders wil vertellen? 

De beeldtaal heeft me hier al verschillende keren uit de nood geholpen. Een tekening is een zeer duidelijk communicatiemiddel. Door de leefwereld en omgeving te tekenen kan je duidelijk mijn visie zien, wat ik belangrijk genoeg vind om te tekenen.

Ik heb enkele vrienden leren kennen die in Turkije wonen. We hebben enkele maanden samen gewoond in Griekenland en toen hebben ze me vaak gebeurtenissen en situaties zien tekenen. Achteraf zagen ze wat ik had getekend en dan zagen ze zichzelf en de avond in een tekening van mij. Op deze tekeningen zagen ze duidelijk hoe ik onze tijd tezamen geïnterpreteerd had en wat ik ervan wilde onthouden. Ik had ze elk ook enkele tekeningen gegeven. Toen ik hen ging bezoeken in Turkije hadden ze de tekeningen al laten zien aan hun familie. Ik werd uitgenodigd bij hun familie thuis en achteraf vroegen ze me te laten zien wat ik nu van hen getekend had. Ze zagen dat ik een beleefd meisje was dat niet snel zou zeggen als er iets niet goed was, maar in mijn tekeningen zou ik dit niet verbergen. Ze waren dan ook zeer nieuwsgierig naar de tekeningen om te zien wat mijn indrukken waren. 

Het werd een aanknopingspunt waarop ze konden reageren. We konden communiceren op een andere manier dan in het gebrekkig engels.   

 

In de tekeningen die ik maak probeer ik me een beeld te vormen van hoe de wereld eruit ziet en er een klein beetje vat op te krijgen. Het zijn momenten waarin ik reflecteer en wel de tijd moet nemen om na te denken, want het leven tekenen duurt langer dan het leven zelf. Het leven gaat dan niet zo snel voorbij en ik wordt me bewust van mezelf. Soms zie ik pas na meerdere tekeningen enkele terugkerende elementen. Zo teken ik steeds een boot, een cocon of een bad in ongeveer dezelfde vormen. Ook maskers komen steeds terug.

Ik wordt me meer bewust van mezelf en het leven rondom mij.

Ik vind het belangrijk om op tijd te reflecteren en eens stil te staan bij wat er gebeurt.

Eerlijk zijn tegenover mezelf is niet altijd gemakkelijk en vaak zelfs confronterend. Mezelf illusies voorhouden gaat nog wel, maar iets tekenen dat niet klopt, gaat moeilijk. Door mijn tekeningen communiceer ik niet enkel met anderen, maar ook met mezelf.   

 


Marie, vrouw van mijn hart

 

Deze titel is eigenlijk niet van mij. Isabel Allende heeft één van haar boeken, ‘Inés, vrouw van mijn hart’ genoemd. Deze zin heeft zeer lang door mijn hoofd gespookt. In de roman noemt de man van het hoofdpersonage haar zo. Ik heb lang geprobeerd dat mijn vriendje me ook zo zou noemen, maar tevergeefs. Ik vind het wel leuk om naar mezelf zo te refereren. De echte Marie, is de vrouw van mijn hart. Door het in derde persoon enkelvoud te zeggen, creëer ik een afstand omdat de vrouw van mijn hart soms in conflict komt met mijn rationele denken. Ik ben graag een vrouw en dat mag je ook zien in de tekeningen die ik maak. Ik heb het gevoel dat vrouwen de wereld op een andere manier benaderen dan mannen. Het zou dan ook niet goed aanvoelen moest ik dit verwaarlozen. Het is niet voor de hand liggend om gevoelsmatige beslissingen te nemen, maar soms heb ik het gevoel dat ik niet anders kan. De tekeningen die ik maak zijn erg verbonden met mijn gevoel en mijn ervaringswereld. Ik heb het idee dat het gevoel vaak onderschat wordt, waardoor er vele foute beslissingen worden genomen. Soms moet je vertrouwen op je gevoel.

In het boek ‘Vossenhuid’ van Minette Walters moet een vrouw haar kind even achterlaten maar geeft het een gouden raad, waardoor het kind beschermd wordt: ‘Vertouw nooit iemand zonder lachrimpels!’

De vrouw vecht voor haar leven en dat van haar kind en probeert op deze manier haar kind te beschermen.

 

De kleine dingetjes in het leven zijn betekenisvol. Ze geven meer vorm en inhoud aan de grote waarheden, die allesomvattend zouden moeten zijn. Maar in werkelijkheid zijn het soms lege begrippen.

De dingen die ik maak moeten vervlochten zijn met het leven en er niet buiten staan. Ik kan dit enkel laten zien door voorbeelden te geven uit mijn eigen belevingswereld. De aanrakingen met andere mensen, andere culturen en ideeën laten zien hoe ik denk en wat er voor mij speciaal is, speciaal genoeg om aan een ander te vertellen, in de veronderstelling dat die andere het misschien ook speciaal genoeg vindt om te weten.

 

Het esthetische en visuele beïnvloedt me sterk.

Een beeld is erg belangrijk. Ik kan me wel voorstellen dat beelden niet dezelfde waarde hebben voor iedereen.

Deze beelden gaan soms een eigen leven leiden. De eerste indruk is steeds erg bepalend, je vormt je een beeld in je hoofd, je blijft er aan denken en dan zie je het terug.

Op mijn kamer hangt er een kleurenfoto die ik uit een krant heb gescheurd. Op de foto zie je een natuurlijke bron waarin mensen baden. Er hangt een mist over het water en de hoofden zijn eerder schaduwen geworden. De bron bevindt zich in Reykjavik, Ijsland. Ik was er niet zelf bij toen deze foto genomen werd, maar ze werd een soort herinnering.

 

In ‘de avonturen van Marie’ probeer ik een weg te zoeken in deze wereld en er vertrouwd mee te raken. In mijn beelden vertel ik de avonturen en verhalen van Marie, hoe ik deze weg zoek en wat ik tegenkom.

Ik ben erg geïnspireerd door de verhalen van Isabel Allende.

Deze Chileense schrijfster kan een ongelofelijke wereld van magie en wonderen naar buiten brengen op een zeer persoonlijke en eerlijke manier. Je wordt meegezogen in haar verhalen en belevingswereld. 

Als ik met mijn beelden nog maar in de buurt zou komen van wat de verhalen van Allende met me doen, zou ik heel gelukkig zijn. Het zit hem allemaal in de details. Er is een klein fragment dat me steeds plezier doet als ik er aan denk. Ze heeft het verhaal van Zorro opgeschreven en er een eigen interpretatie aan gegeven. Ik was niet echt een fan van Zorro. Ik keek soms wel eens naar hem als hij op de televisie kwam en er echt niets anders was. Ook heb ik wel eens een verfilming gezien waar Zorro de held in was. Ik genoot er wel van, maar net zoals bij de meeste andere superhelden vond ik het vooral storend dat niemand hem ontmaskert. De vermomming van Zorro is erg miniem. Hij draagt zwarte kleren, een cape en een oogdoekje. Dit oogdoekje is echter erg klein.

Allende vertelt over de jeugd van Zorro. Hij had enorme flaporen. Op een bepaald moment moest hij zich vermommen voor de vrouwen waar hij bij woonde. Snel spande hij een doekje om zijn hoofd, met twee gaten voor zijn ogen. Hierdoor werden zijn flaporen naar achter gespannen. Zijn gezicht veranderde volledig door het verdwijnen van zijn flaporen en zo had hij een perfecte vermomming zonder grote verkleedpartijen. Ik vind dit geweldig.

Het detail is zo belangrijk en heeft mijn hele kijk op Zorro veranderd.

 

Zorro is het alter ego van Don Diego de la Vega.

Zorro is een held in tegenstelling tot Don Diego de la Vega die een reputatie moet hooghouden wil hij zaken kunnen blijven doen. Door zijn alter ego kan Diego dingen vertellen en doen die hij anders niet zou kunnen. Hij projecteert zijn idealen op Zorro.

De vermomming van Zorro is een belangrijke stap in het veranderen van personage. Zijn uiterlijk verandert en daarmee volgt zijn manier van zijn. De verandering en metamorfose is essentieel ook al is het maar een klein lapje, een hoed en een cape.

Ik ben gefascineerd door de verschillende helden en droom soms van mezelf als held. Ik red dan geen kinderen uit de handen van slechteriken, maar projecteer eigenschappen die ik graag zou hebben of uitvergroot zou willen zien. Ik kan door kleine ‘faits divers’ wel een aantal uren dagdromen. In mijn fantasie zijn er dan hele scenario’s met mezelf als hoofdrol. Dit zijn soms ook heel onrealistische dromen die ik in het echte leven nooit zou willen meemaken. Door er over na te denken, leer ik er wel mee omgaan of toch denken hoe ik er mee zou kunnen omgaan. In de avonturen van Marie kom ik samen met het geprojecteerde wensbeeld van mezelf.   

 


{Au bain Marie}

 

{Au bain Marie} is een kooktechniek. Een pan wordt gevuld met water en op het vuur gezet. Als het water kookt, wordt er een tweede kleinere pan in gezet. De inhoud van de kleinere pan blijft op een constante temperatuur verwarmen. Zo kan iets juste-à-point worden bereid.

 

Au bain Marie verwijst naar de geschiedenis van mijn familie die ik met me meedraag. In de naam ‘Au bain Marie’ komt de band die de familie met elkaar heeft, naar buiten. Het doorgeven van de naam Marie is eerder symbolisch, in een familie geef je veel meer door dan enkel een naam: tradities, gewoontes en familiegeschiedenis. Wie wij zijn, is gedeeltelijk wat we van onze ouders en hun ouders hebben meegekregen. Het is onze basis en achtergrond. Mijn beide grootmoeders zijn erg hardwerkende vrouwen geweest. Het zijn beide zeer sterke, vrouwelijke voorbeelden.

Au bain Marie is een manier om iets klaar te maken. 

In de keuken en aan tafel komt mijn familie samen. Tijdens het koken worden allerhande afspraken gemaakt, de harten gelucht en de dag verteld. Door bezig te zijn met het eten, heb je niet het gevoel om ‘het nu eens te gaan vertellen’, maar vertel je spontaan. Eten wordt met liefde bereid en opgegeten. Iedereen is er in geïnteresseerd en tussen de gesprekken door worden de recepten doorgegeven. Na elke reis worden de nieuwe indrukken van smaken onderzocht en nemen we de verschillende combinaties van ingrediënten of gerechten over van een plek waar we geweest zijn. Ook vertellen we op deze manier aan de rest van de familie onze indrukken van een land of streek waar zij misschien niet naar toe zijn gereisd.

Op deze manier communiceren we met elkaar.

 

In ‘Rode rozen en tortilla’s’ maakt Laura Esquivel de associatie tussen leven en eten. Elk hoofdstuk van het boek wordt voorafgegaan door een gerecht dat het jaargetijde en de gebeurtenissen symboliseren. Eten, liefde, erotiek en tragedie worden door elkaar geweven. Het is niet gemakkelijk om het gevoel van verliefdheid uit te drukken in woorden, maar door een associatie te maken met smaken en geuren, proef je de liefde op je tong. De associaties roepen gevoelens op waardoor je een vergelijkbaar beeld kunt krijgen van iets wat je misschien nog nooit hebt meegemaakt.   

Ik vind het een zeer aangename manier om iets te vertellen door middel van associaties en metaforen. Je voelt dat er iets verteld wordt, maar het is niet zo expliciet. Hierdoor heb je meer zin om er over na te denken. Woorden worden vaak door iedereen anders ingevuld en voor mij is het veel duidelijker als iemand iets probeert te zeggen door een associatie dan door een ander woord. Een Turks liedje illustreert dit mooi. Hierin wordt verteld over het gevoel dat je hebt als je iemand mist. In het lied verhaalt het gevoel in een metafoor: ‘Ik heb het de zee genoemd’.

Hierbij kan ik me zeer goed het gemis voorstellen. Je staat voor de immense zee die meestal blauwgroen is en je voelt je zo klein en nietig en soms ook alleen. Ook al heb je nog nooit iemand zelf gemist, je kan het gevoel makkelijker inbeelden.

 

Verbeelding

 

La visite du Sultan des Indes sur son éléphant à voyager dans le temps. Het bezoek van de sultan der Indiën op zijn olifant die door de tijd kan reizen door Royal de Luxe

 

Een prachtige houten olifant en reuzin hebben de stad Antwerpen in juli 2006 onveilig gemaakt. Ze wandelden door de straten, sliepen op de kaaien en op de Meir, spoten alle omstanders nat en picknickten op het Sint Jansplein. 

Ze waren groots! Ze waren prachtig! Ze ontroerden! Ze waren enorm! En ze straalden een grote poëzie uit. Alle details waren erg verzorgd, het paste allemaal samen, aan alles was gedacht, het klopte.

 

De olifant, de sultan en de reuzin wandelden door de straten van Antwerpen, vier dagen lang. Elke dag vertelden ze een klein deeltje van het verhaal dat uiteindelijk als een puzzel in elkaar paste. Er was ook een film die geprojecteerd werd op het Conscienceplein. Ik had verwacht dat ze het verhaal helemaal zouden afspelen, maar gelukkig deden ze dat niet.      (Dat zou de sfeer van het straattheater hebben verpest.)

In de film vertellen ze het verhaal van de sultan die aan een uitvinder een teletijdmachine vraagt.

De uitvinder kan natuurlijk geen machine maken die door de tijd kan reizen, maar zou geen uitvinder zijn als hij daar geen oplossing voor had bedacht.

Hij nodigt de sultan en zijn vrouw uit op een reisje door de tijd. Maar voor ze de reis kunnen maken moeten ze een drankje door hun neus naar binnen werken.

Op deze reis zien de sultan en zijn vrouw bomen uit de grond komen, brokstukken in de lucht vliegen en vulkanen uitbarsten (waarvan de lava verdacht veel op tomatenpuree lijkt). De vrouw van de sultan kon haar ogen niet geloven en had van alles nauwkeurig foto’s getrokken.

 

Als ze achteraf haar camera niet meer vindt, beginnen de sultan en zijn vrouw te zoeken. Tot ze plots op een geheime hendel sluiten die toegang geeft tot de geheime kamers van de uitvinder. Hier zien ze grote paddenstoelen en maquettes van bomen die uit de grond komen, brokstukken die door de lucht vliegen en vulkanen met tomatenpuree. 

De uitvinder had hen meegenomen op een nepreis! Hij was nu de foto’s aan het trukeren.

De sultan en zijn vrouw waren erg kwaad!! De sultan trok zijn zwaard om de uitvinder van het leven te beroven, maar de uitvinder was zijn leven nog niet beu en had een beter idee: samen nepreizen verkopen aan het volk en er veel geld mee verdienen.

De sultan en zijn vrouw vonden dit een goed idee. Vanaf toen reisden ze samen door het land op hun teletijdmachine, die eruitzag als een olifant, om nepreizen te verkopen aan het volk.

De dag daarna zagen we de olifant door de straten lopen. Wat wou ik graag geloven dat hij echt was en dat was hij ook. De realiteit en imaginaire schijnwereld zitten door elkaar vervlochten en maar goed ook.

 

De olifant is gemaakt van hout, maar daaronder zit er een mechanische constructie. Je ziet deze techniek zeer goed, ze hebben geen moeite gedaan om deze te verbergen. Ook de lakeien die de mechaniek bestuurden, zag je goed. Ze waren zelfs niet gecamoufleerd, integendeel. Ze waren in rood fluweel gekleed, met gouden afwerking. De olifant zag er zeer levensecht uit. Hij zag er waarschijnlijk levensechter uit, ondanks dat je duidelijk zag dat hij niet echt was, dan hadden ze hem zeer nauwkeurig nagemaakt. Verbeelding is een krachtig wapen dat zeker niet te onderschatten is. En dat je kan gebruiken. De suggestie van iets kan een nieuwe wereld openen.

 

La vie en Marie : besluit

 

‘De avonturen van Marie’ zijn gebaseerd op mijn gedachtegangen en leefwereld. Ik laat je een kijkje nemen in mijn fantasieën en gevoelens. Ik stel het voor als een ontdekkingsreis in een wereld die ik nog moet ontdekken waardoor mijn wereldbeeld steeds aangepast wordt door ontmoetingen en nieuwe ervaringen.

De werkelijkheid en mijn imaginaire wereld zijn één geheel geworden. Het zijn ‘de avonturen van Marie’ waarin het niet altijd duidelijk is wat nu echt is en wat ik erbij gefantaseerd heb. De grens tussen realiteit en droomwereld is erg klein. De beelden die ik laat zien, zijn sferen, dromen, bewuste en soms minder bewuste gevoelens en herinneringen. Ik laat me inspireren door andere kunstenaars en schrijvers maar het is vooral een zeer persoonlijk werk. Ik vertrek vanuit mezelf en raak hiermee onderwerpen aan die waarschijnlijk anderen ook herkennen en meemaken. Ik stel Marie als voorbeeld om over meer universelere onderwerpen te kunnen spreken.

 

 

 


Bibliografie

 

Jorge Luis Borges, ‘De maker’, De Bezige Bij Amsterdam, 1988, 103 p.

 

Fernando Pessoa, ‘Boek der rusteloosheid’, De Arbeiderspers Amsterdam, 2005, 649 p.

 

Andrej Tarkovsky, Giovanni Chiaramonte, ‘Instant Light: Tarkovsky polaroids, Thames and Hudson London, 2006,

135 p.

 

Isabel Allende, ‘Inés, vrouw van mijn hart’, Wereldbibliotheek Amsterdam, 2006, 414 p.

 

Minette Walters, ‘Vossenhuid’, De Boekerij Amsterdam, 2003, 376 p.

 

Isabel Allende, ‘Zorro’, Wereldbibliotheek Amsterdam, 2005, 461 p.

 

Laura Esquivel, ‘Rode rozen en tortilla’s’, Arena Amsterdam, 1991, 233 p.